Pater Jozef Verschueren s.j.
Michel Jappens
![]() |
Op 24 januari 1889 werd bij apotheker Verschueren in Turnhout een zoon geboren: Jozef Maria Augustinus. Hij zou de oudste worden van een gezin van vijf kinderen, drie jongens en twee meisjes. Een pienter baasje als Jozef liep haast vanzelfsprekend school in het plaatselijke Sint-Jozefscollege bij de paters Jezuïeten. In die tijd werden de lessen op de humaniora in heel Vlaanderen nog in het Frans gegeven. De Nederlandse taal was verboden, zelfs tijdens de recreaties. Tegen de onderdrukking van de volkstaal was er heel wat kritiek en verzet, ook op het Sint-Jozefscollege te Turnhout. J. Verschueren werd er niet door aangestoken. Dat gebeurde pas toen hij in 1907 in het noviciaat van de Jezuïeten te Drongen intrad. Hij werd ongemakkelijk van dat volledig Franstalige milieu met zijn taalimperialistische trekjes. In Drongen werd J. Verschueren er zich van bewust een Vlaming te zijn. Daarom ook vroeg hij later, na een jaar theologie in Leuven, om zijn studies te mogen verderzetten in Maastricht bij de Nederlandse Jezuïeten. Hij wenste zich te bekwamen in de Nederlandse taal en dat kon hij niet in een Franstalig milieu als Leuven.
Zoals vele paters in die tijd kwam J. Verschueren tijdens en na zijn vormingsjaren in het onderwijs terecht. In het Sint-Barbaracollege te Gent en het Onze-Lieve-Vrouwecollege te Antwerpen werd hij ingeschakeld als leraar Latijn, Duits en aardrijkskunde. Aardrijkskunde was het stokpaardje van P. J. Verschueren s.j. Het was bovendien één van de drie humanioravakken die in het Nederlands onderwezen werden. Leraren en leerlingen moesten zich daarbij wel behelpen met een Franstalige atlas. Hier zou P. J. Verschueren s.j. iets aan doen. In 1924 verscheen zijn Algemene Atlas voor België, die al snel in heel Vlaanderen in het onderwijs een groot succes kende en waarvan tot in de Tweede Wereldoorlog oplage na oplage verscheen. Aangemoedigd door dit succes zou P. J. Verschueren s.j. zijn naam nog verbinden aan een Algemene historische Atlas (1939), een Standaard Wereldatlas (1947), een Atlas van België (1948) en een Algemene aardrijkskundige Atlas (1949). Een merkwaardige prestatie voor iemand die geen academische opleiding in de aardrijkskunde had gekregen !
![]() |
De grote interesse voor en deskundigheid inzake aardrijkskunde verklaart waarom P. J. Verschueren s.j. in 1925 zes maanden in Rome verbleef. In opdracht van pater generaal W. Ledochowski tekende hij er vier grote landkaarten : één van elk missiegebied van de Sociëteit. Daar bracht hij bij de oversten ook zijn plan ter sprake om een Nederlands woordenboek te maken. Tijdens zijn studies in Maastricht was het hem al opgevallen hoeveel achterstand de Vlamingen op taalgebied hadden tegenover de Nederlanders. Vlamingen bedienden zich immers van hun dialect of van het Frans. Zij bezaten niet de mogelijkheid om zich volledig te bekwamen in hun moedertaal, die in het onderwijs verwaarloosd werd. Die culturele achterstand wenste P. J. Verschueren s.j. ongedaan te maken. Zijn groot voorbeeld was de Petit Larousse Illustré, een aantrekkelijk woordenboek en tegelijk een soort encyclopedie. Voor hem was dat het symbool van de culturele superioriteit van de Franstaligen. Als leraar had hij de grote aantrekkingskracht van de Larousse op de Vlaamse jeugd geconstateerd. Zijn woordenboek zou daarvan de waardige tegenhanger moeten worden. In het België van kardinaal Mercier waren ook de eigen oversten niet erg ingenomen met het voorstel om een Nederlands encyclopedisch woordenboek uit te geven, maar toch wist hij de toestemming voor zijn ambitieus plan te verkrijgen via Rome, waar hij in 1925 een goede indruk had nagelaten. Roma locuta... Vanaf 1926 werd hij vrijgesteld voor het werk aan zijn woordenboek en verhuisde naar het Collège Saint-Jean Berchmans te Brussel omdat hij in de hoofdstad gemakkelijk aan al het nodige studiemateriaal kon geraken. P. J. Verschueren s.j. slaagde erin zijn Modern Woordenboek, taalkundig, encyclopedisch, geïllustreerd in slechts enkele jaren af te werken. In 1930-1931 verscheen de eerste druk : twee delen, 2050 bladzijden ! De vrucht van onverdroten studiearbeid, grotendeels eenmanswerk. De twee medewerkers die op het titelblad vermeld werden, Dr. L. Goemans en Dr. L. Brounts, hadden slechts kleine onderdelen van het werk op zich genomen. Het woordenboek werd in Vlaanderen bijzonder lovend onthaald, maar er was ook opschudding. Op het college gingen leerlingen van Saint-Jean Berchmans lelijk tekeer en scheurden bladzijden uit een woordenboek dat ze hadden weten te bemachtigen. In de gangen werden overal verscheurde bladzijden gevonden tot aan de deur van P. J. Verschueren s.j., waar de "scheurtocht" geëindigd was. Commotie veroorzaakte vooral de buitentekstplaat met "Landsvlaggen", waar tussen de andere vlaggen ook de Vlaamse leeuwenvlag prijkte. Op bevel van de hogere oversten werden om die reden alle exemplaren met die afbeelding uit de handel genomen. Daarom is het nu nog altijd moeilijk om zo'n exemplaar van die eerste druk te vinden. Een deel van de oplage keerde in de winkel terug met een plaat waar de Vlaamse leeuw botweg uit was geknipt. Daarna werden exemplaren verkocht zonder de plaat met Landsvlaggen, tot er een nieuwe plaat was gemaakt met de vlag van Venezuela in plaats van die van Vlaanderen. Achter die historie met de leeuwenvlag mogen we bij P. J. Verschueren s.j. geen politieke bijbedoelingen veronderstellen, maar we merken hier wel iets van zijn radikale vlaamsgezindheid. Die is ook te merken aan het ontbreken van het item "Mercier" in zijn woordenboek. Hij vond dat die rabiate francofoon de Vlamingen te veel onrecht had aangedaan en een vermelding niet verdiende.
![]() |
Met het verschijnen van zijn woordenboek was voor P. J. Verschueren s.j. het werk niet af. Dat is een woordenboek trouwens nooit. Het moet altijd aangevuld en herwerkt worden. Dat is P. J. Verschueren s.j. dan ook zijn leven lang blijven doen. De eerste uitgave van zijn woordenboek was nog gesteld in de officiële spelling van De Vries en Te Winkel. Dat was ook het geval met de herwerkingen van 1936, 1937 en 1941. Maar na de Tweede Wereldoorlog verschenen edities in de nieuwe spelling. Met zijn lexicografische studiearbeid kwam hij onvermijdelijk terecht in de spellingdiscussies en pleitte consequent voor een vereenvoudigde spelling. Hij schrijft daarover het volgende : "De spelling van de taal - toch maar een uiterlijk kleedje - moet zo eenvoudig en gemakkelijk mogelijk zijn. Want correct schrijven is thans niet meer het voorrecht van een bepaalde stand, maar noodzaak voor geheel het volk, dat daardoor de algemene ontwikkeling der mensheid deelachtig wordt". Het was op P. J. Verschuerens s.j. aandringen dat De Standaard de progressieve spelling aannam. Grotendeels hierdoor is deze spelling in Vlaanderen doorgebroken. Toen hij ouder werd, kreeg hij zelfs medewerkers toegewezen, waaruit blijkt hoezeer zijn werk door de Vlaamse oversten gewaardeerd werd. P. A. Seeldraeyers s.j. en P. F. Claes s.j. hebben in dat opzicht meer dan verdienstelijk werk geleverd. Eén anekdote mag hier niet onvermeld blijven. De paters van de communiteit van het Sint-Jan Berchmanscollege hielpen P. J. Verschueren s.j. graag en soms overenthousiast bij het signaleren van nieuwe woorden die in aanmerking kwamen voor opname in een volgende editie. Tijdens een middagrecreatie, waar bij de koffie intellectuele gesprekken en dito kwinkslagen tot de geplogenheden behoorden, merkte een huisgenoot op dat hij in de Innovation een woord had opgevangen voor de gebruiker van een roltrap (roltrappen waren toen een nieuwigheid) : roltrappist. P. J. Verschueren s.j. liep erin : roltrappist staat in de uitgave van 1961 ! Een jezuïetengrap !
Vanaf 1935 begon P. J. Verschueren s.j. te ijveren voor een Nederlandstalige afdeling op het college aan de Ursulinenstraat. Hij zag allang met lede ogen de verfransing van de Vlaamse katholieke jongeren aan. In zijn brieven wees hij vaak op het probleem van talrijke Vlaamse ouders bij de schoolkeuze voor hun kind : een Nederlandstalige staatsschool (bedreiging voor het geloof !), een Franstalige katholieke school (gevaar voor verfransing !) of onderwijs op een kostschool buiten Brussel (ondermijning van het gezinsleven). Door een enquête toonde hij aan dat een Nederlandstalige afdeling in het centrum van Brussel leefbaar was. Er waren inderdaad weinig mogelijkheden voor wie in de hoofdstad Nederlandstalig onderwijs verkoos voor zijn kinderen. Het Sint-Pieterscollege in Jette was niet gemakkelijk bereikbaar voor iedereen, en Sint-Joris had enkel Moderne afdelingen, die toen nog geen rechtstreekse toegang verleenden tot de universiteit. Pater J. Verschueren s.j. spaarde tijd noch moeite om zijn oversten te overtuigen van de enorme verantwoordelijkheid die zij hadden tegenover de Vlaamse jeugd in Brussel : de Jezuïeten moesten er een college stichten, waar door kwaliteitsonderwijs een Nederlandstalige elite gevormd werd, die kon optornen tegen de Franstalige intelligentsia. Ook gezaghebbende Vlaamse instanties drongen erop aan dat de Jezuïeten Nederlandstalig onderwijs in de hoofdstad zouden inrichten. Al die inspanningen waren niet vergeefs. In 1938 werden twee klassen ondergebracht in de gebouwen aan de Rogier van der Weydenstraat : een zevende voorbereidende en een zesde Latijnse. Er waren in dat eerste jaar reeds 50 inschrijvingen, wat mede te danken was aan het Davidsfonds, dat voor de nodige publiciteit had gezorgd bij haar leden van Groot-Brussel. Vanaf 1940 werden deze klassen geleidelijk overgebracht naar de Ursulinenstraat. Het aantal Vlaamse paters groeide naarmate de Nederlandstalige afdeling werd uitgebouwd. Uiteindelijk werd het college te klein voor een Nederlandstalige en een Franstalige afdeling in dezelfde gebouwen. Bovendien kon geen van beide afdelingen zich ten volle ontplooien. Een collegegeest en -sfeer waren onmogelijk, want daarvoor is eenheid nodig. Vermits de Franstaligen al het grote Collège Saint-Michel in Etterbeek hadden, werd in 1949 in Rome beslist om de Franstalige afdeling Saint-Jean Berchmans geleidelijk af te schaffen. De laatste Franstalige retorica verliet het college in 1953.
Pater J. Verschueren s.j. bleef op het college wonen tot aan zijn dood op 25 november 1965. Een teken des hemels : 25 november is de kerkelijke feestdag van Sint-Jan Berchmans ! Sinds pater rector M. Cnops in de jaren zeventig belangrijke verbouwingen deed uitvoeren, bestaat op het Sint-Jan Berchmanscollege een Verschuerenzaal. Jaarlijks wordt ook een Verschuerenprijs uitgereikt aan de retoricaleerling die op het einde van zijn humaniora de beste schrijfvaardigheidsproef aflevert.
Als eerbetoon aan deze grote Vlaming die heel zijn leven heeft geijverd voor de culturele en geestelijke verheffing van zijn volk, brengen we tot slot het kwatrijn in herinnering dat in 1958 aan hem werd opgedragen :
Dit is het wat U altijd heeft bekoord :
Een taal die keurig klinkt, zoals het hoort,
Een Vlaamse jeugd die voor zich uit zou dragen
Haar jonge hoofsheid in gebaar en woord.


